FEBRUARI 2012
14 Amsterdam | Stadsschouwburg 020 - 624 23 11
16 Gent | NTGent Schouwburg + 32 (0)9 225 01 01
22 Antwerpen | Bourla Schouwburg + 32 (3) 224 88 44
25 Arnhem | Schouwburg 026 - 443 73 43
MAART 2012
3 Eindhoven | Parktheater 040 - 211 11 22
8 Leiden | Stadsgehoorzaal 0900 - 900 1705 (0.25 cpm)
21 Maastricht | Theater a/h Vrijthof 043 - 350 55 55
24 Breda | Chassé 076 - 530 31 32
26 Brussel | Bozar + 32 (0)2 507 82 00
MEDEA
een coproductie van de Veenfabriek, Muziektheater Transparant, deSingel Antwerpen en Operadagen Rotterdam, i.s.m. HERMESensemble.
Als de Griekse held Jason met zijn Argonauten aan de kust van Colchis belandt, steelt hij het hart van Medea, de koningsdochter. Verliefd helpt zij hem met haar magische krachten het Gulden Vlies te stelen. Op de vlucht redt ze de Grieken door haar vader en haar broer te doden. Aangekomen in Corinthe trouwen Jason en Medea met elkaar en krijgen zij twee kinderen. Na tien gelukkige jaren wordt Jason verliefd op de dochter van Kreon, de koning van Corinthe. Hij wil met haar trouwen om de toekomst van zijn kinderen veilig te stellen. Kreon stemt in met het huwelijk omdat hij zo zijn koningshuis redt. Medea neemt met dit alles echter geen genoegen. Diep beledigd rekent ze op gruwelijke wijze af met de Corinthische prinses om daarna haar beide zonen te doden.
Gebaseerd op de Griekse tragedie brengen het muziektheaterensemble de Veenfabriek en Muziektheater Transparant een eigentijdse bewerking waarvoor Peter Verhelst een fonkelnieuwe Medea geschreven heeft. In zijn versie wordt de mythe verteld vanuit het perspectief van een terugblikkende Kreon, waarmee hij een nieuwe kijk op de oude mythe creëert. Paul Koek regisseert het ensemble in een rechte lijn dat doet denken aan een Turks orkest. Vanuit deze concertante opstelling spelen de acteurs vier monologen en worden tekstfragmenten in de nieuwe compositie van Wim Henderickx ingevlochten, terwijl het lamento van de Turkse zangeres Selva Erdener gedurende de hele voorstelling klinkt.
De drie invalshoeken tekst, muziek en regie worden versterkt door een drieledige confrontatie binnen het werk zelf. Oosten staat tegenover Westen, elektronica tegenover akoestische instrumenten, passie tegenover verdriet. Het muzikale materiaal bestaat uit één grote melodie en de elektronica zorgt voor een klanktapijt, een constante ‘drone’. De typisch westerse fluit, altviool en klarinet krijgen gezelschap van twee percussionisten (waaronder de componist), de duduk (Armeens blaasinstrument) en een elektrische gitaar, die verrassend aansluit bij het introspectieve en melodieuze karakter van de muziek, maar er ook dwars tegenin gaat’.