Een dekenfabriek aan de Oude Singel
Wanneer dekenfabriek J. Scheltema Jzn. precies werd opgericht, is niet helemaal zeker. In het gedeeltelijk bewaard gebleven bedrijfsarchief wordt 1817 als oprichtingsjaar genoemd. Zeker is dat Jacobus Scheltema Jansz. in 1822 drie panden kocht op de hoek van de Oude Singel en de Princensteeg – de huidige Marktsteeg – om hier zijn dekenfabriek voort te zetten.
De onderneming groeide snel. In 1828 werden enkele werktuigen al aangedreven door een paardenmolen. In 1833 vroeg Scheltema toestemming voor de plaatsing van een stoommachine en een jaar later volgde een aanvraag voor een nog krachtiger exemplaar.
Niet iedereen was daar blij mee. Omwonenden aan de Oude Singel vreesden brand, schade aan omliggende panden en vervuiling van het grachtwater. Zij tekenden bezwaar aan. Toch kreeg Scheltema toestemming. Een hoge fabrieksschoorsteen werd het zichtbare teken van de nieuwe industriële tijd.
Leidse dekens over de hele wereld
De wollen dekens uit de fabriek kregen een uitstekende reputatie. Ze werden bekroond op tentoonstellingen en verkocht tot ver buiten Nederland, waaronder in Amerika.
De fabriek groeide uit tot een belangrijk Leids textielbedrijf en de familie Scheltema behoorde in de 19e eeuw tot de welvarendste families van de stad.
Voor de mensen op de werkvloer zag het leven er heel anders uit.

Zware werkomstandigheden
Werken in een 19e-eeuwse textielfabriek was zwaar. Machines maakten veel lawaai, de temperatuur kon hoog oplopen en de lonen waren laag.
Tijdens de 'landelijke parlementaire enquête naar de toestand van fabrieken en werkplaatsen van 1886–1887' werden ook de omstandigheden in de Leidse textielindustrie onderzocht. Het onderzoek liet zien hoe groot de verschillen waren tussen fabriekseigenaren en arbeiders en droeg bij aan nieuwe wetgeving ter bescherming van werknemers.
In 1889 volgde onder andere de eerste Arbeidswet, waarmee de overheid steeds nadrukkelijker grenzen ging stellen aan arbeid door vrouwen en jongeren.
Steun uit onverwachte hoek
Opvallend genoeg pleitte Jan Scheltema, zoon van de oprichter, al eerder voor beperking van kinderarbeid. In 1863 behoorde hij tot de ondertekenaars van een Leids adres waarin werd gevraagd om maatregelen tegen het werken van jonge kinderen.
Pas ruim tien jaar later, in 1874, werd met het Kinderwetje van Van Houten een eerste landelijke stap gezet: kinderen jonger dan twaalf jaar mochten voortaan niet meer in fabrieken werken.
Ook oudere kinderen en tieners bleven daarna nog lange tijd in de industrie werkzaam.
De zolder en de noppensters
De bovenste verdieping van de fabriek was relatief licht. Door de ramen en de ligging direct onder het dak viel hier meer daglicht binnen dan op veel andere werkvloeren.
Dat maakte de zolder geschikt voor nauwkeurig handwerk.
Hier werkten onder andere 'noppensters', vaak jonge vrouwen. Nadat wollen stoffen waren geweven en gevold, werden ze zorgvuldig gecontroleerd. Met een speciale nopnijptang verwijderden de noppensters knoopjes, weeffoutjes en stugge pluisjes uit de wol.
Het was precies werk waarvoor goede ogen én goed licht nodig waren.
Wie vandaag op de zolder van Veenfabriek staat, bevindt zich dus op een verdieping waar waarschijnlijk veel minder zware machines stonden dan beneden, maar waar des te meer handen aan het eindproduct werkten.
Een Houten Luchtbrug
De fabriek bleef uitbreiden. Scheltema kocht daarom ook gebouwen aan de overkant van de Marktsteeg.
Om materialen en textiel van de ene kant naar de andere te kunnen brengen zonder ermee naar buiten te hoeven, werd een houten luchtbrug over de steeg gebouwd. Deze lag ongeveer halverwege de Marktsteeg en verbond de fabriek met de magazijnen aan de overzijde.
De luchtbrug is verdwenen, maar wie goed naar de gevels kijkt, kan nog altijd sporen ontdekken: dichtgemaakte doorgangen en littekens van verankeringen in het metselwerk herinneren aan de verbinding boven de straat.
De gevel
Aan het einde van de 19e eeuw kreeg het complex het gezicht dat bezoekers vandaag nog herkennen.
De familie Scheltema trok zich in 1893 uit het bedrijf terug. Compagnon Cornelis Wassenaar nam de onderneming over. In zijn opdracht werd in 1895 de neorenaissance voorgevel aan de Marktsteeg gebouwd die het complex nog altijd zijn karakteristieke aanzicht geeft.
De geur van de fabriek
De textielindustrie was niet alleen in de stad te zien, maar ook te ruiken.
Oudere Leidenaren die vroeger in de buurt woonden, weten nog te vertellen dat de Marktsteeg en de Oude Singel altijd roken naar 'natte hond' en chemicaliën, veroorzaakt door de vette schapenwol en de dampende verfbaden beneden in de fabriek.
Het doek valt
De textielindustrie veranderde snel. Internationale concurrentie, mechanisering en veranderende productiemethoden maakten het steeds moeilijker voor traditionele Leidse textielbedrijven om overeind te blijven.
In 1958 viel uiteindelijk het doek voor de dekenfabriek Scheltema. Door een gebrek aan orders ging het bedrijf failliet.
Daarmee kwam een einde aan meer dan een eeuw textielproductie in het complex.
Van dekens naar theater
Na de sluiting verloor het Scheltemacomplex zijn oorspronkelijke functie. Delen van het gebouw stonden lange tijd leeg.
Aan het begin van de 21e eeuw kreeg de oude fabriek een nieuw leven. In 2004 richtte componist en theatermaker Paul Koek de Veenfabriek op. Hij zocht in Leiden een plek waar een nieuw muziektheatergezelschap kon werken en voorstellingen kon ontwikkelen.
Samen met de gemeente werd het leegstaande Scheltemacomplex als locatie gekozen. Architect Reinier Verbeek maakte het ontwerp voor de verbouwing.
Het logeerverblijf van een echte leeuw
Met een van Veenfabrieks eerste voorstellingen werd de buurt meteen flink opgeschud. Voor een kunstmanifestatie verbleef er namelijk een echte leeuw in Scheltema, ingehuurd bij een Spaans bedrijf. Buurtbewoners waren vooraf per brief gewaarschuwd, zodat ze zich geen hoedje zouden schrikken als ze bij het krieken van de dag Toby hoorden brullen.

Veenfabriek vandaag
Vandaag staat Veenfabriek onder artistieke leiding van Joeri Vos. Vanuit de oude dekenfabriek maakt het gezelschap eigenzinnig en betrokken muziektheater, spelend met taal, muziek en eten. De voorstellingen zijn te zien in theaters, op festivals en op bijzondere locaties door heel Nederland. Ook in eigen huis gaan regelmatig de deuren open voor voorstellingen, Veenverkenningen en Veenproeven.





