Veenfabriek
Marktsteeg 1 | 2312CS | Leiden
071 3318 054 (MA-VR, 9.30 - 13.30 UUR) |

Openingswoord Joeri Vos | Theater Voor Keti Koti


Openingswoord Joeri Vos
Theater Voor Keti Koti

Veennacht Keti Koti | zaterdag 30 juni | Theater Ins Blau

Van harte welkom bij de eerste editie van Theater Voor Keti Koti, die de Veenfabriek organiseert samen met het Nationale Theater. Vanavond hier, en morgen vanaf 13.00 uur in Den Haag.

Mijn naam is Joeri Vos, ik ben sinds een jaar artistiek leider van de Veenfabriek – samen met Phi Nguyen en Romana Vrede initiatiefnemer van deze nieuwe traditie – en ik ben ontzettend dankbaar dat het gelukt is om deze twee dagen te organiseren.

We willen graag iedereen bedanken die dit – op zo’n korte termijn – mogelijk heeft gemaakt, en in het bijzonder Jacintha en Koos Groen, de drijvende krachten achter het fantastische Songs of Freedom, vanmiddag in de Hooglandse Kerk hier in Leiden, voor de inspirerende samenwerking. En in Den Haag Rehana Ganga en Valika Smeulders, voor de organisatie en de goede gesprekken, en ik kijk nu al uit naar het vervolg volgend jaar.

Nederland kent een aantal feestdagen die hun oorsprong vinden in de Christelijke traditie; we kennen Koningsdag en op 4 en 5 mei herdenken we, en vieren we het einde van een van de grootste rampen waar wij mensen verantwoordelijk voor waren, en waar we slachtoffer van waren. In de weken voor 4 en 5 mei wordt er al bijna dagelijks aandacht aan besteed op de televisie en in dagbladen, er zijn door de staat betaalde bewustwordingscampagnes en op scholen wordt er uitgebreid bij stilgestaan. In de debatten horen we verschillende stemmen, er zijn vele persoonlijke verhalen, we denken na over hoe het herdenken er in de toekomst moet gaan uitzien en er is ruimte voor zowel de slachtoffers als de schuldigen. En elk jaar is er op 4 mei, na de twee minuten stilte, vanaf negen uur ‘s avonds ruimte voor reflectie, verdieping en gesprek in bijna elk theater van Nederland, met Theater Na de Dam. Het is Nederland op z’n best; het is hoe herdenken moet gebeuren.

En het staat in schril contrast met de aandacht die er in Nederland jaarlijks is voor Keti Koti.

Volgens Wikipedia begon de Nederlandse betrokkenheid bij de slavenhandel tenminste in het jaar 1528 en pas in 1914 stopte de slavernij op Nederlands grondgebied helemaal, toen op het laatste Indonesische eiland hieraan een einde werd gemaakt. Waarmee deze misdaad tegen de menselijkheid, tegen mensen, gezinnen, kinderen – een misdaad van Nederlanders tegen Afrikanen – bijna vier eeuwen heeft geduurd. Niet alleen werden mensen geroofd van hun geboortegrond, geketend, tot slaaf gemaakt, verscheept, verhandeld – ook werden generaties kinderen geboren: baby’s, die vanaf de eerste keer dat ze lucht in hun longen zogen, tot het moment dat ze als jonge of oude man of vrouw hun laatste adem uitbliezen in gevangenschap leefden. Vier eeuwen lang.

En nu: morgen is het 155 jaar geleden dat de slavernij in Suriname officieel werd afgeschaft – officieel, want het zou nog tien jaar duren voordat de voormalige slaven daadwerkelijk vrij waren om te gaan. Nu is er veel wat ons zou kunnen herinneren aan dit verleden: grachtenpanden in Amsterdam, de Schouwburg hier in Leiden: ze zijn gebouwd met geld dat verdiend is met de handel in mensen – en in elke stad vind je wel de straatnaambordjes met de namen van de slavenhandelaren: veel van onze zogenaamde zeehelden. Ondertussen zijn er in heel Nederland slechts vier monumenten die ons slavernijverleden herdenken. Vier. Voor elke eeuw één.

Mijn zusje is geschiedenisdocent: in het lesboek dat zij moet gebruiken wordt de slavernij besproken in nog geen anderhalve bladzijde. Nog geen twee lesuren. Nog geen drie vragen op het proefwerk in het tweede of het derde jaar. Ga de straat op en vraag wat Keti Koti is en negen op de tien mensen weet het antwoord niet. Zeg dat je Theater Voor Keti Koti wil maken en de helft van je collega’s vraagt ‘wat was dat ook al weer?’.

Elk jaar rond Pinksteren, als heel Nederland elkaar moet uitleggen wat we op die dagen in Godsnaam ook al weer vieren, laait de discussie op of het niet tijd wordt om Pinksteren te vervangen door het Suikerfeest. Ik vind dat persoonlijk een heel slecht idee: ik ben namelijk ontzettend fan van vrije dagen en zou er dus ook altijd voor pleiten om het gewoon allebei te vieren. Maar nog belangrijker: ik vind dat 1 juli een officiële vrije dag moet worden.  Dat we met heel Nederland moeten stilstaan bij ons verleden, bij de gruwelen van de slavernij – en ik vind dat we ook moeten vieren dat het afgeschaft is. Dat de ketenen zijn gebroken, dat we als mensheid tot onzeglijke wreedheid, maar ook steeds weer tot groei, en goedheid in staat blijken.

Theater is niet een goedmakertje voor de maatschappij. Theater kan verwonderen, betoveren, maar het mag ook immoreel zijn, schuren, shockeren. Wij weten niet hoe Keti Koti het beste herdacht en gevierd kan worden en we willen het al helemaal niet bepalen. Wat we eigenlijk willen met Theater Voor Keti Koti is net als Theater Na de Dam een heel klein extraatje zijn: een aanvulling, voor wie van theater houdt. Maar een kleine aanvulling kunnen we pas zijn als iedereen in Nederland weet wat deze dag betekent en omdat Keti Koti nu nog aan te veel mensen ongemerkt voorbijgaat is dit onze ambitie; we gaan muziek en theater maken. Er zijn al meer theaters en gezelschappen die aandacht besteden aan deze dag en de komende jaren wordt door heel Nederland op steeds meer plekken dit voorbeeld gevolgd en het doel is dat over tien jaar Keti Koti ook in Nederland een nationale vrije dag is. Op welke manier er dan herdacht en gevierd wordt is aan anderen, waar wij aan bij willen en kunnen dragen is dat over tien jaar tien op de tien mensen op straat weten wat Keti Koti is. En dan zal Theater Voor Keti Koti, net als Theater Na de Dam dat kleine extraatje, die plek voor verdieping, schoonheid, verwarring en ontmoeting zijn, voor wie van theater houdt.

Jullie zagen en hoorden net al even Max Laros, Gijsje Grosfeld, Billy de Walle en Patsy Kroonenberg: zij zijn tweede- en derdejaars studenten van de Toneelschool Utrecht en hebben onder begeleiding van Phi Nguyen, Bastiaan Woltjer en John van Oostrum – acteur en muzikanten van de Veenfabriek – speciaal voor de avond een aantal performances gemaakt.
Overigens zijn ook de soep en de cocktails vanavond gemaakt door Phi Nguyen.

Nita Kersten, die ook voor de Veenfabriek werkt, heeft daarnaast haar eigen gezelschap, Sir Duke -verbonden aan Orkater- zij zijn er vanavond – met Dionne Verwey, Francesca Pichel en Vernon Chatlein en ze spelen een aantal (muziek)stukken uit hun voorstelling Hatta & De Kom.

Joy Delima, derdejaars student van de Arnhemse Toneelschool speelt straks haar eigen tekst Stamboom monologen, die ik afgelopen jaar heb mogen begeleiden.

En het is een eer dat ik om te beginnen Ronald Snijders en Robby Alberga mag aankondigen: ze speelden vanmiddag nog bij Songs of Freedom, stonden meerdere keren op North Sea Jazz, spelen over de hele wereld en brachten al ruim vijftig platen en cd’s uit. Robby Alberga speelt op de gitaar, hij is net als Ronald Snijders in Suriname geboren en heeft ook jaren hier nog geen honderd meter vandaan op de Rijn en Schiekade gewoond. Ronald is fluitist, componist, musicoloog én Ridder in de orde van Oranje Nassau.

Mede namens Phi en Romana: dankjewel voor het komen, we wensen jullie allemaal een fijne avond.